Wat de ‘AI-bubbel’ betekent voor werkplek leren

Het artikel “The AI Bubble and What It Means for Workplace Learning” beschrijft hoe huidige investeringen in AI gebaseerd zijn op een veronderstelling die mogelijk niet houdbaar is. De auteur behandelt de vraag wat er gebeurt als AI-technologie een commodity wordt en wat de gevolgen zullen zijn voor werkplek leren. Helaas focust de bijdrage zich sterk op het bestuderen van content.

AI BubbelEen commodity is een gestandaardiseerd, breed beschikbaar product of dienst waarin aanbieders nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn en waar de waarde verschuift van het bezit naar de toepassing ervan.

De kern van de analyse is dat veel AI-investeringen uitgaan van een winner-takes-all scenario: de organisatie met het krachtigste model krijgt een onoverbrugbare voorsprong. Deze aanname kent precedenten in consumententechnologie, maar volgens auteur werkt dit met ‘AI anders. Moderne AI-systemen worden ontwikkeld met publiekelijk beschikbaar onderzoek en gedeelde methoden. Doorbraken worden snel verspreid en technische expertise beweegt vrij tussen organisaties.

Prestatievoorsprong blijkt daardoor zelden duurzaam. Wat vandaag als grote stap vooruit lijkt, wordt vaak binnen enkele maanden elders gerepliceerd. Daarnaast neemt gevoeligheid voor kosten toe. Nieuwe modellen van verschillende aanbieders bereiken vergelijkbare prestaties tegen sterk gedaalde ontwikkel- en operationele kosten. In sommige gevallen liggen de gerapporteerde trainingskosten een factor lager dan bij de eerste marktleiders.

Het patroon lijkt op eerdere technologiecycli. Tijdens de dotcom-periode werden providers op het gebied van internetinfrastructuur gewaardeerd alsof controle over toegang gelijkstond aan controle over de toekomst. De meeste van die bedrijven verdwenen of werden overgenomen toen toegang goedkoop en alomtegenwoordig werd. De blijvende waarde ontstond bij organisaties die internet gebruikten om diensten en werkprocessen opnieuw vorm te geven.

AI volgt volgens de auteur mogelijk dezelfde weg. Zodra modellen uitwisselbaar worden, verschuift de differentiatie van wie intelligentie levert naar hoe die intelligentie wordt toegepast. Wanneer markten volledig beseffen dat AI-modellen geen hoge marges kunnen vasthouden, is een correctie waarschijnlijk.

Dit heeft ook gevolgen voor leren, opleiden en onderwijs (waaronder werkplek leren). Het ontwikkelen van leermateriaal was historisch gezien traag en duur. Complexe programma’s vereisten grote teams en hoge budgetten. Nu AI infrastructuur wordt, verminderen die beperkingen. Geautomatiseerde contentgeneratie en snelle aanpassing worden op grote schaal toepasbaar. De waarde daarbij zit niet in de AI zelf, maar in hoe leerinhoud wordt ontworpen en ingezet. Sommige aanbieders hanteren daarom een model-agnostische aanpak: ze gebruiken AI om leerinhoud te produceren en beheren, in plaats van AI als eindproduct te positioneren.

Concurrentievoordeel verschuift van technische capaciteit naar didactische effectiviteit. Succesvolle organisaties integreren volgens de auteur AI in samenhangende leerstrategieën en begrijpen waar automatisering waarde toevoegt en waar menselijke expertise essentieel blijft. AI ondersteunt het ontwerpen van leren.

De ‘commoditisering’ vermindert vendor lock-in. Organisaties kunnen tussen aanbieders wisselen en nieuwe modellen adopteren. AI wordt behandeld als utiliteit in plaats van product. De relevante vraag is niet wie de beste AI heeft, maar hoe je het toepast voor effectieve leerervaringen.

Mijn opmerkingen
Het artikel snijdt een valide punt aan over de ‘commoditisering’ van AI: de techniek zelf wordt minder bijzonder, de toepassing des te meer. Toch zie ik nog steeds een neiging bij menigeen voor steeds voor het beste model te gaan, met de meeste en nieuwste mogelijkheden. Veel gebruikers willen geen genoegen nemen met een Renault Megane als ze de beschikking kunnen krijgen over een (Amerikaanse of Chinese) Ferrari. Verder valt me op dat de auteur een sterke focus heeft op contentontwikkeling. De adoptie van AI stelt gebruikers inderdaad in staat om snel content te maken. Daar zit echter ook de nodige ‘slop’ bij. Bijvoorbeeld omdat AI-tools vaak niet zo’n heel goede toetsvragen met antwoorden genereren. Daar komt bij dat AI-toepassingen juist ook potentie hebben voor interactie en communicatie met gebruikers. We weten echter inmiddels ook dat AI-toepassingen beperkingen hebben in dit verband (ze ‘pleasen’ bijvoorbeeld nogal).
Daarnaast ben ik het eens met de stelling dat we van ‘vendor lock-in’ af kunnen komen, maar we moeten ook waken voor een nieuwe afhankelijkheid. Hoe langer we werken met, bijvoorbeeld, ChatGPT, des te lastiger wordt het om te switchen aangezien deze applicatie jou goed kent en je hierin bijvoorbeeld menig GPT hebt gemaakt. Een overstap impliceert veel handwerk. 

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie, zoals ChatGPT.

Delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *