Practorale rede Erno Mijland: Maken in het tijdperk van AI (met een workshop van mij over ‘Betere prestatie, minder leren’)

Vandaag sprak Erno Mijland zijn practorale rede uit bij MBO-instelling SintLucas. In deze rede gaf hij zijn visie op de gevolgen van digitale technologiën, zoals AI, op het creatieve proces. Tijdens deze middag mocht ik op verzoek van Erno één van de workshops verzorgen over de relatie tussen het gebruik van AI-technologie, leerprestaties en duurzaam leren voor de langere termijn.

Erno MijlandEen practoraat is een expertiseplatform binnen het mbo waar practoren, docent-onderzoekers, studenten en het werkveld praktijkgericht onderzoek doen naar een specifiek thema. De opgedane inzichten worden gedeeld binnen de instelling en met partners in de regio, waardoor het bijdraagt aan onderwijskwaliteit en innovatie.  SintLucas heeft het practoraat Technologie als Partner van Creatieve Makers geïnitieerd.

Vanmiddag mocht Erno na een woord van welkom door het College van Bestuur zijn practorale rede uitspreken. Geen presentatie aan de hand van een powerpoint of presentatie in Keynote. Ter illustratie had hij zelf, met vibe coding, een app gemaakt die woorden uit zijn verhaal in beeld bracht. Een practor is, zo legde hij uit, een onderzoeksleider binnen het mbo. Hij ging in op de manier waarop het practoraat werkt en welke vragen daarin centraal staan.

Centraal in zijn verhaal stond intelligent en creatief gebruikmaken van AI. Erno vertelde over zijn persoonlijke ervaringen met technologie: AI helpt hem inmiddels om technologische problemen op te lossen. Verwondering noemde hij daarbij een belangrijk begrip. Twee ontwikkelingen hebben bij hem tot veel verwondering geleid: internet en generatieve AI (herkenbaar!).

Generatieve AI is volgens Erno een partner in het creatieve proces, waarbij de maker de regierol houdt. Hij onderscheidde drie perspectieven binnen het practoraat: werken, leren en leven. Ethiek maakt bijvoorbeeld onderdeel uit van het perspectief ‘leven’. Vanuit deze perspectieven voert het practoraat experimenten uit. AI biedt makers volgens hem bijvoorbeeld sterke tools voor beeldbewerking, maar dat roept ook de vraag op hoever je daarin gaat. Denk aan het veranderen van gezichtsuitdrukkingen. Nieuwe mogelijkheden leiden immers tot nieuwe vragen om te onderzoeken.

Erno Mijland pleitte voor een kritische omarming van AI. Hij schetste diverse toepassingen waarmee AI de kwaliteit van werk kan verbeteren, bijvoorbeeld door feedback te geven vanuit het perspectief van bepaalde persona’s. Kritisch omarmen betekent volgens hem ook dat je je eigen aannames en meningen blijft onderzoeken. Hij benoemde ook zorgen, zoals de productie van AI-slop, maar zag ook hoop: er blijft behoefte aan authenticiteit.

Over de samenwerking tussen mens en AI zei Erno dat de mens bepaalt in welke stappen technologie waarde toevoegt aan het proces. “The human is the loop”, stelde hij. Dat begint met intentionaliteit, die door de mens wordt vastgesteld, net als het moment waarop iets ‘af’ is. De mens bepaalt dus wanneer en welke technologie wordt ingezet. AI is volgens hem niet intelligent en niet creatief; de term ‘AI’ noemde hij daarom een gevaarlijk frame. Hallucinaties zijn in zijn ogen simpelweg bugs. Verbeeldingskracht, nieuwsgierigheid, Fingerspitzengefühl en creativiteit zijn elementen van intelligentie die AI mist. Ook in serendipiteit is AI volgens hem niet goed: je zoekt de naald in de hooiberg, maar vindt de boerendochter. Aldus Erno, die uit eigen ervaring sprak.

Erno Mijland stelde de vraag wat lerenden moeten meekrijgen in tijden van onzekerheid, nu bijvoorbeeld juniorfuncties verdwijnen: hoe kun je dan nog medior of senior worden? Met zijn practoraat onderzoekt hij wat lerenden zouden moeten ontwikkelen. Dat zijn nieuwsgierigheid naar AI in het proces, softskills en persoonlijke competenties, diepgaande vakkennis als basis voor goede output met AI, en het steeds leveren van de beste kwaliteit.

Voor de didactiek betekent deze technologie onder meer dat schrijven door generatieve AI is verander. Het gebruik van AI-technologie roept de vraag op hoe je kunt beoordelen of studenten iets hebben geleerd. Erno pleitte voor meer nadruk op het proces en minder op het product, en voor een drieslag van leren: over, met en vanwege AI. Ook meer projectmatig en interdisciplinair werken achtte hij belangrijk.

Erno Mijland benadrukte dat we invloed hebben op de ontwikkeling van AI; daarom onderzoekt het practoraat ook lokale opensourcemodellen. We hebben de keuze wie er aan het stuur zit, en moeten benadrukken wat vakmanschap toevoegt. Hij vergeleek dit met een nat stuk zeep: je denkt dat je het vast hebt, maar het glipt tussen je handen door. Zo is het ook met AI-technologie, aldus Erno, die daarbij ook benadrukte dat we ons bevinden in een technologische El Niño.

Na deze reden konden deelnemers diverse workshops bezoeken. Erno had mij gevraagd om ook een sessie te verzorgen. Ik ben daarbij eerst ingegaan op wat onderzoek zegt over de gevolgen van AI-gebruik voor leeresultaten. Op het eerst oog krijg je dan een gematigd positief beeld. Wel blijkt dat het effect toeneemt naarmate lerenden AI-toepassingen langere tijd gebruiken, en binnen en gestructureerde, docentgecentreerde setting (de docent stuurt het gebruik van AI).

Maar…

Veel studies zeggen niets over of lerenden op de langere termijn ook echt iets leren. Het is niet bekend of ze het geleerde ook in andere contexten kunnen toepassen, en wat de impact is binnen diverse onderwijssectoren. De onderzoeksbasis over het effect op leervaardigheden is ‘dun’. Verder is veel onderzoek methodologisch ‘zwak’. Een nadere analyse leert dat leerprestaties gemiddeld veel minder verbeteren dan gepubliceerde meta-analyses suggereren. De spreiding tussen studies is zo groot dat een gemiddeld effect nauwelijks houvast biedt. Ook is vaak sprake van ‘publicatie bias’ (vooral studies met positieve uitkomsten worden gepubliceerd).

Ik heb ook gekeken naar de gevolgen voor de leerprocessen. Daarbij ben ik ingegaan op het verschil tussen cognitief ontlasten en cognitief uitbesteden. In dit laatste geval ondersteunt het gebruik van AI het leren niet, integendeel. Er zijn bijvoorbeeld verschillende onderzoeken bekend waaruit blijkt dat lerenden met AI beter presteren, maar vervolgens slechter presteren als zij een taak zelfstandig moeten uitvoeren.

Daarnaast ben ik ook ingegaan op het fenomeen ‘sycofantie’ (AI geeft je snel gelijk), het risico van het kritiekloos overnemen van feedback, en contextuele blindheid (AI kent de specifieke context niet en houdt daar onvoldoende rekening mee). Daarnaast is het van belang dat AI-tools vaak ook niet ontworpen zijn om mee te leren, en dat een doordacht gebruik ook veel verschil maakt.

Vervolgens heb ik de aanwezigen laten nadenken over verschillende scenario’s. Ik heb hen na laten denken over de vraag:

Waar ligt binnen de scenario’s de grens tussen een innovatieve ontwerptool en het omzeilen van het creatieve proces? Ondersteunt of stimuleert het gebruik van AI in het scenario het leren, of wordt het leren juist belemmert door het AI-gebruik?

Daarna heb ik de drie pedagogisch-didactische paden van Lodge en Loble toegelicht de de aanwezigen gevraagd: kan één van de pedagogisch-didactische paden de studenten in de scenario’s ondersteunen bij het leren? Hoe?

Hier vind je mijn slides:PresentatielanceringpractoraatErnoMijland (met literatuurverwijzingen).

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.

Delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *