De terugkerende blinde vlek van de edtech-sector

Volgens Glenda Morgan kenmerkt de ‘edtech-sector’ zich door een hardnekkig patroon: elke nieuwe technologie wordt met groot vertoon aangekondigd als de doorbraak die het onderwijs zal veranderen, gevolgd door een stille bijstelling van die verwachtingen. Vervolgens staat weer het volgende grote initiatief klaarstaat. Ik herken dit, al deel ik haar analyse niet volledig.

EdTech evangelistMorgan analyseert dit patroon aan de hand van recente ontwikkelingen rond initiatieven van de Khan Academy. Eerst werd bekend dat Khanmigo, het AI-tutorprogramma van Khan Academy, een weinig duurzame adoptie kende: slechts ongeveer 5 procent van de lerenden gebruikte het regelmatig. Khan en medewerkers reageerden met frustratie: lerenden startten niet uit zichzelf, ze gebruikten het hulpmiddel niet zoals bedoeld. Maar volgens Morgan is dat een verkeerde analyse. Als slechts 5 procent vrijwillig een leertechnologie gebruikt, is dat geen probleem van de lerende; het is een ontwerp- en integratieprobleem. De werkelijke uitdaging op het gebied van leertechnologie is volgens haar niet het bouwen van een geschikt hulpmiddel, maar het inbedden ervan in systemen die motivatie, verantwoording en duurzaam gebruik ondersteunen.

Vrijwel tegelijk kondigde Sal Khan, in samenwerking met ETS (de grote Amerikaanse toetsorganisatie) en TED, het Khan TED Institute aan: een geaccrediteerde universiteit met opleidingen voor ongeveer 10.000 dollar. Het curriculum combineert kernvakken als wiskunde, statistiek en schrijven met toegepaste AI-vaardigheden en communicatieoefeningen. Grote bedrijven als Google, Microsoft en McKinsey zijn betrokken bij de ontwikkeling van de inhoud, hoewel geen van hen zich heeft gecommitteerd aan het daadwerkelijk aannemen van afgestudeerden.

Volgens Morgan is de snelle overgang van een bijgesteld AI-tutorprogramma naar een volledig nieuwe universiteit veelzeggend. Het onderliggende model -asynchroon lesmateriaal, simulaties, peer-feedbacksessies, begeleiding op afstand- is in feite twee decennia oud. Dat zijn standaardelementen van online onderwijs, geen nieuwe aanpak. Volledig online hoger onderwijs is geen onbeproefd terrein: bijna 30 procent van de Amerikaanse inschrijvingen voor hoger onderwijs bevat al een online component, en er bestaan complete instellingen die volledig asynchroon op grote schaal werken.

Morgan wijst op de ervaring van Coursera als het meest vergaande experiment met dit model. Coursera heeft bekende universitaire partners, een mondiale groep deelnemers en aanzienlijke middelen. Toch blijkt opschaling moeilijker dan aanvankelijk verwacht. Recente cijfers laten zien dat inschrijvingen voor diploma’s zijn gestagneerd en de opbrengst per diploma is gedaald. Coursera verschuift de nadruk steeds meer naar kortere certificaten en zakelijke aanbiedingen. Als schaalgrootte eenvoudig was, zou het hier zichtbaar zijn, schrijft Morgan.

Het eigenlijke vraagstuk is niet of lerenden toegang hebben tot content of AI-tools. Leren -zeker voor lerenden met een ongelijke voorbereiding of veel externe verplichtingen- verloopt niet als een vloeiende pijplijn van blootstelling naar beheersing. Het vereist feedbackloops, gestructureerde begeleiding en menselijke interventies. Als een vrijwillig AI-tutorprogramma de betrokkenheid van de meeste lerenden niet kon bewerkstelligen, is de vraag wat er in een volledig asynchroon opleidingsprogramma wezenlijk anders is.

Onderzoeker Justin Reich omschreef dit patroon met zijn ‘time-to-TED-talk-renunciation‘-maatstaf: de tijd tussen een ambitieuze claim over technologische verandering en de bijstelling ervan. Die periode wordt steeds korter. Ironisch genoeg kondigde Sal Khan het Khan TED Institute aan tijdens een TED-talk, terwijl Reich zijn analyse nog maar net had gepubliceerd.

Elke cyclus trekt volgens de auteur institutionele aandacht en filantropische middelen, maar ook lerenden die zich inschrijven op het nieuwe experiment en afhaken. Steeds opnieuw worden bekende onderwijsmodellen in een nieuw jasje gestoken, zonder de structurele beperkingen aan te pakken die ze eerder al deden mislukken. Zolang het ontwerp niet fundamenteel verandert, blijven de resultaten hetzelfde.

Mijn opmerkingen

De terugkerende blinde vlek van de ed-tech sector is volgens Morgan een hardnekkig onbegrip over hoe lerenden daadwerkelijk met lesstof omgaan, hoe het leerproces werkt en hoe complex schaalvergroting werkelijk is. Volgens mij is dit echter maar een deel van het verhaal. Het scheppen van overdreven verwachtingen maakt m.i. deel uit van een strategie om financiering voor de ontwikkeling van ‘ed tech’ te krijgen (van venture capitalists of van filantropen). Een bescheiden of genuanceerd verhaal verkoopt m.i. minder goed. Verder moet je m.i. ook specifieker kijken naar waarom adoptie van bepaalde leertechnologieën anders uitpakt dan verwacht of gewoon tegenvalt. Dat kan te maken hebben met de technologie zelf, met aspecten van human-computer interaction (misschien vinden veel mensen het niet prettig om begeleid te worden door een AI-tutor), met de inbedding van de leertechnologie, met het voorbereiden van lerenden op online leren (denk aan zelfregulatie), enzovoorts. Het feit dat Coursera meer nadruk legt op microcredentialing in plaats van diploma’s heeft bijvoorbeeld ook te maken met ontwikkelingen op het gebied van een leven lang ontwikkelen. Deelnemers aan MOOC’s stopten onder meer voortijdig omdat ze op voorhand niet van plan waren om de MOOC af te ronden.

Met andere woorden: de ed tech-sector is meester in het scheppen van te hoog gespannen verwachtingen, en menigeen -zoals financiers- trapt daar steeds weer in. Die periode tussen claims en het bijstellen ervan, en het lanceren van nieuwe claims, wordt wellicht korter. De redenen waarom men komt met overdreven claims zijn divers, en dat geldt ook voor de redenen waarom claims niet waargemaakt kunnen worden.

Delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *