Kan AI gebruikt worden als katalysator voor onderwijsverandering?

Karen Cangialosi stelt dat AI kan bijdragen aan een fundamentele hervorming van het onderwijssysteem, mits het niet simpelweg wordt ingezet als een technische oplossing om bestaande processen efficiënter te maken. De kernvraag moet volgens haar zijn: “Hoe kan AI bijdragen aan een inclusiever, rechtvaardiger en zinvoller onderwijssysteem?”

een gestresste vrouw in een IT-afdeling, omringd door talloze generatieve AI-toepassingen. Laat me weten als je iets wilt aanpassen!Het (hoger) onderwijs staat volgens de auteur onder druk. Zij schrijft dat veel lerenden stress ervaren door prestatiedruk, hoge kosten en een onderwijssysteem dat gericht is op het behalen van cijfers in plaats van verdiepend leren. De privatisering van het onderwijs sinds de jaren 80 heeft geleid tot een transformatie van onderwijsinstellingen in bedrijven en lerenden in consumenten. Dit heeft niet alleen geleid tot torenhoge studieschulden, maar ook tot een afname van het vertrouwen in de maatschappelijke waarde van het (hoger) onderwijs.

In de huidige situatie worden lerenden steeds vaker beoordeeld en geselecteerd op basis van meetbare prestaties. Dat leidt volgens Cangialosi tot een hiërarchische verdeling: sommigen worden als ‘beter’ gezien dan anderen. Dit versterkt sociale ongelijkheden, aangezien toegang tot (hoger) onderwijs vaak afhankelijk is van sociaaleconomische achtergrond. De focus op rendement en marktwaarde beperkt volgens haar bovendien de ruimte voor intellectuele groei en maatschappelijke betrokkenheid.

Veel lerenden beginnen hun studie met de ambitie om de wereld te verbeteren, maar raken deze motivatie gaandeweg kwijt door de nadruk op cijfers, diploma’s en carrièreperspectieven. Hierdoor wordt onderwijs gereduceerd tot een transactie: een investering die rendement moet opleveren in de vorm van een goed betaalde baan.

Karen Cangialosi pleit daarom voor een radicale heroverweging van de rol van onderwijs. Wat als onderwijsinstellingen niet alleen draaiden om het afleveren van gediplomeerden, maar om het actief bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatverandering en sociale ongelijkheid? Onderwijsinstellingen beschikken over de kennis en expertise om verandering teweeg te brengen, maar zetten deze volgens haar onvoldoende in. De auteur verwijst hierbij naar Ruha Benjamin, die stelt dat onderdrukkende systemen niet alleen structuren, maar ook verbeeldingskracht beperken. Een collectieve herbezinning op de rol van onderwijs is daarom noodzakelijk, meent Cangialosi.

AI zou kunnen helpen om deze nieuwe verbeelding mogelijk te maken. Niet door onderwijs verder te automatiseren en te standaardiseren, maar door het ruimte te geven voor experiment en samenwerking. Wat als AI wordt ingezet om leeromgevingen te creëren waarin empathie, creativiteit en kritisch denken centraal staan?

AI kan bepaalde taken overnemen, maar heeft geen ethisch besef, creativiteit of moreel kompas. Dit betekent dat docenten zich moeten richten op de vaardigheden waarin mensen AI overstijgen: het ontwikkelen van moreel besef, empathie en kritisch denken. Het afschaffen van cijfers zou kunnen helpen om de focus te verleggen naar echt leren, in plaats van strategisch studeren voor beoordelingen.

Onderwijs moet zich richten op wat AI niet kan, stelt Cangialosi. Door AI slim te gebruiken – bijvoorbeeld voor persoonlijke begeleiding en het toegankelijk maken van kennis – kunnen docenten zich concentreren op het begeleiden van lerenden bij complexere uitdagingen.

Een belangrijke oplossing ligt volgens Cangialosi in ‘open pedagogiek/didactiek’: een onderwijsvorm waarin lerenden onderwijs actief mee ontwikkelen en geen passieve consumenten van kennis zijn. AI kan hierin een rol spelen door lerenden te ondersteunen in het co-creëren van kennis en leermaterialen, en door nieuwe vormen van samenwerking mogelijk te maken. Open pedagogiek/didactiek benadrukt gemeenschapsvorming, gedeelde kennis en het stimuleren van creativiteit.

Tot slot pleit Cangialosi voor een brede samenwerking tussen wetenschappers, docenten, technici en beleidsmakers om een toekomstgericht onderwijssysteem te ontwerpen. In plaats van onderwijs verder te vermarkten en te automatiseren, zou AI gebruikt moeten worden om een leeromgeving te creëren waarin leren, innovatie en maatschappelijke betrokkenheid centraal staan.

Mijn opmerkingen

Karen Canglialosi verbindt fundamentele kritiek op het (Amerikaanse hoger) onderwijs met ‘AI’ als hulpmiddel om dit onderwijs te transformeren. Ook in ons land is er kritiek op stress als gevolg van prestatiedruk, hoge kosten, de nadruk op het behalen van cijfers en ongelijkheid. In de VS spelen deze nadelen echter veel sterker. Volgens Canglialosi leidt de opkomst van AI tot de noodzaak om het onderwijs aan te passen, en de focus te verschuiven van standaardisering en efficiëntie naar samenwerking, empathie en maatschappelijke impact. Dit vraagt om een fundamentele herbezinning op de doelen van onderwijs en de rol die AI daarin kan spelen.

Normaliter beschouw ik technologie alleen nooit als ‘driver’ van veranderingen. Er is meestal sprake van meer factoren die zorgen voor veranderingen. Denk aan sociaal-economische omstandigheden of culturele factoren, in combinatie met digitale technologie. Canglialosi heeft wat mij betreft echter een punt dat de opkomst van AI een heroverweging van leerdoelen, manieren van beoordelen en onderwijs- en leeractiviteiten noodzakelijk maakt. Diverse AI-toepassingen voeren immers taken uit die mensen eerst uitvoerden, vereisen bepaalde bekwaamheden, en maken menselijke eigenschappen zoals empathie belangrijker. Bovendien kunnen AI-toepassingen bepaald werk van lerenden overnemen, zonder dat je dat als docent in de gaten hebt.

We zullen dus op een andere manier naar het onderwijs moeten kijken, en het onderwijs ook aanpassen. Dat we daarbij nog een lange weg te gaan hebben, illustreert het artikel De gordiaanse knoop die generatieve AI heet. Examencommissies op de Universiteit Twente worstelen al anderhalf jaar met de opkomst van generatieve AI. Het blijkt immers zeer lastig om fraude met tools zoals ChatGPT, Google Gemini en Claude te controleren. Men zit met de handen in het haar en boekt nauwelijks vooruitgang. De detectiesoftware voor AI-gebruik is onnauwkeurig en loopt achter op de ontwikkelingen. Dit leidt tot lastige situaties, zoals een docent die studenten onterecht beschuldigde van fraude. Er heerst een algemeen wantrouwen tegenover ingeleverde teksten. Bij twijfel gaat men  mondelinge inspecties houden. Verschillende perspectieven komen aan bod: van een pleidooi voor een contextafhankelijke benadering, vergelijkbaar met het inzetten van een parkeerassistent bij een rijexamen, tot een pleidooi voor een verbod op het gebruik van generatieve AI. Een enquête toont aan dat hoewel bijna alle UT-opleidingen AI in hun curriculum hebben, slechts 32% dit systematisch toepast.

Ik lees echter niets over het aanpassen van leerdoelen, manieren van beoordelen en onderwijs- en leeractiviteiten. Terwijl dat volgens mij wel noodzakelijk is. Generatieve AI verbieden of proberen te bewijzen dat lerenden generatieve AI hebben gebruikt, terwijl dat niet mocht, is ‘Don Quichot-gedrag’. Tegen die windmolens win je niet.

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie, zoals ChatGPT.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *